Cloud, fog en edge computing; wat is het verschil?

De afgelopen jaren is er een gigantische shift geweest van on premises computing naar cloud computing. Cloud computing biedt interessante voordelen, maar zoals vorige keer besproken heeft cloud computing ook een aantal tekortkomingen voor het technologische landschap van nu. Data centraal opslaan en verwerken blijkt niet altijd de beste oplossing. In bepaalde gevallen is een andere locatie hiervoor meer geschikt. Edge computing blijkt een mooie aanvulling te zijn op de cloud, net als fog computing. Wat is het verschil tussen cloud, edge en fog computing en welke vorm is het best?

Cloud computing

Bij cloud computing wordt data opgeslagen en verwerkt op een centraal punt, zoals een datacenter. Via het internet kun je met verschillende apparaten toegang krijgen tot de data en gebruik maken van de rekenkracht van de servers in het datacenter. Dit brengt bijvoorbeeld belangrijke schaalvoordelen met zich mee, maar zorgt er ook voor dat er waardevolle inzichten verkregen kunnen worden uit analyses van de data. Indien je gegevens afkomstig van allerlei verschillende locaties met elkaar wilt vergelijken en verwerken dan is de cloud de aangewezen plek. Je maakt dan optimaal gebruik van de grote hoeveelheid rekenkracht.

Edge computing

Lokale rekenkracht kun je verkrijgen door edge computing. De edge verwijst naar het uiterste punt van het netwerk. Edge computing verwerkt veel van de data die IoT apparaten genereren direct op de apparaten zelf. Het verwerken van de data gebeurt dus, in tegenstelling tot bij cloud computing, niet op een gecentraliseerde locatie, maar op individuele data verzamel locaties, zoals eindpunten als camera’s en smartphones. Denk je bij cloud computing aan Big Data, dan denk je bij edge computing aan instant data.

Fog computing

Zowel bij fog als bij edge computing wordt data dichter bij de bron verwerkt. Een belangrijk verschil is waar die verwerking precies plaatsvindt. Fog computing verwijst naar het uitstrekken van cloud computing richting de plaats van data creatie. Fog computing bevindt zich tussen smart eind apparatuur en het datacenter in, en faciliteert het uitvoeren van computing, storage en networking diensten hiertussen. Fog computing processen vinden plaats op het lokale netwerk (LAN) niveau van de netwerkarchitectuur en kunnen worden gezien als een soort poortwachter naar de cloud. Deze poortwachter sorteert grote hoeveelheden data en alleen de betekenisvolle stukken worden doorgestuurd naar de cloud voor verdere analyse. Deze vorm heeft niet zoveel opslagruimte en rekenkracht als cloud computing, maar wel meer dan wat er in de eind apparaten zit.

Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Deze afbeelding geeft op heldere wijze de drie verschillende lagen van de IT infrastructuur weer; cloud, fog en edge.

Waar kies ik voor?

Met de toenemende groei van data gecreëerd door verbonden apparaten, is het lastig en onrealistisch geworden voor ieder apparaat om zijn ruwe data naar een centraal punt te sturen voor verwerking. Het model van alles naar de cloud sturen heeft problemen met bandbreedte, latency en vertragingen opgeleverd. Nu apparaten ‘smarter’ worden zal het steeds aantrekkelijker worden om computing lokaler plaats te laten vinden, maar kies je dan voor fog of edge?

Om een keuze te maken kun je je eerst een smart city inbeelden met een smart verkeersmanagement infrastructuur. De verkeerslichten hebben een sensor verbonden, die kan detecteren hoeveel auto’s er aan het wachten zijn aan elke kant van een kruispunt en de kant met de meeste auto’s prioriteert en groen licht geeft. Dit is een relatief eenvoudige berekening die in het verkeerslicht zelf kan worden uitgevoerd; edge computing. Deze keuze vermindert de hoeveelheid data die over het netwerk verstuurd moet worden, waardoor kosten laag gehouden kunnen worden.

Beeld je nu eens in dat die verkeerslichten onderdeel zijn van een netwerk van verbonden apparaten, waaronder nog meer verkeerslichten, zebrapaden, vervuiling monitors, bus GPS trackers, etcetera. Nu wordt de beslissing wanneer het verkeerslicht op groen te zetten complexer. Als een bus wat vertraging heeft, wil je die misschien voorrang geven. Als de stad de inwoners wil aanmoedigen om gezonder te reizen, en het regent, dan wil je misschien de voetgangers voorrang geven. In dit meer geavanceerde scenario kunnen micro-datacenters lokaal worden ingezet om de data van meerdere apparaten te analyseren; fog computing.

Maar, laten we vooral de kwaliteiten van de cloud niet vergeten. Voor grootschalige analyses die veel rekenkracht vereisen, waarbij de data niet real-time nodig is, is cloud computing natuurlijk een zeer geschikte oplossing. Denk bijvoorbeeld aan analyses van grote hoeveelheden beeldmateriaal van grote aantallen camera’s die op verschillende locaties hangen, met het doel patronen te ontdekken. Het hoeft dan ook geen kwestie te zijn van óf de cloud, óf de fog, óf de edge. We zullen steeds vaker een combinatie van deze drie complementaire vormen van computing tegenkomen. Doe de dingen waar ze thuishoren. Analyseer en kwalificeer de informatie eerst lokaal. Als er centrale verwerking of andere informatie gecombineerd moet worden, zet dat dan in de fog of in de cloud. Het onderscheid tussen cloud en lokaal zal steeds meer vervagen, waarbij je uiteindelijk een hybride-landschap overhoudt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s